Box 3 maakt de staat afhankelijk van de volatiliteit van de wereldwijde aandelen markt en dat is een structurele fout
De recente daling op de beurs is geen incident.
•Nasdaq: circa -11%
•S&P 500: bijna -10%
•Individuele portefeuilles: uitschieters van -15% tot -20%
Volndering. Het is de norm op de beurs.
Juist daarom is het opvallend dat het nieuwe Box 3-stelsel impliciet uitgaat van het tegenovergestelde.
Een belasting op momentopnames
Het systeem belast jaarlijks rendement, inclusief ongerealiseerde waardestijgingen.
Dat betekent concreet:
•jaar 1: sterke stijging → belasting
•jaar 2: correctie → verlies
Maar die belasting uit jaar 1 blijft staan, zelfs als je portefeuille nooit meer herstelt.
In de praktijk wordt dus niet belast wat iemand overhoudt, maar wat iemand op een specifiek moment op papier heeft gehad.
Wat resteert is geen vermogensbelasting, maar een belasting op volatiliteit voor de hardwerkende Nederlander.
Belasting wordt geheven in euro’s, niet in rendement.
Dus wanneer rendement niet is verzilverd:
•moet er liquide vermogen worden aangesproken
•of moeten beleggingen worden verkocht
Dat leidt tot een mechanisme waarbij beleggers worden gedwongen te verkopen op momenten dat markten onder druk staan.
Economisch gezien is dat precies het verkeerde gedrag.
Maar fiscaal wordt het afgedwongen. Daar komt een tweede probleem bij.
Verliezen zijn beperkt en in de tijd begrensd te verrekenen.
Dat betekent:
•winsten worden direct belast
•verliezen slechts gedeeltelijk en vertraagd erkend
In een volatiele markt ontstaat daarmee structureel een negatieve bias voor de belastingplichtige.
Of anders gezegd:
het systeem pakt volledige winsten, maar deelt slechts gedeeltelijk in verliezen.
Voor grote vermogens is dit niet leuk.. Voor kleinere vermogens is het existentieel.
Een belegger met:
•€50.000 tot €100.000 vermogen
•beperkte cashflow
•maandelijkse inleg
heeft geen buffer om belasting op papieren winst te voldoen.
De uitkomst is voorspelbaar:
•gedwongen verkoop
•gemiste herstelmomenten
•afnemende bereidheid om überhaupt te beleggen
Dat raakt juist de groep die vermogen probeert op te bouwen.
Een belastingstelsel stuurt gedrag.
In dit geval:
•minder lange termijn beleggen
•meer defensieve allocatie
•of volledige uitstroom van particuliere beleggers
Dat heeft directe gevolgen:
•lagere participatie in kapitaalmarkten
•minder particulier risicodragend vermogen
•grotere afhankelijkheid van institutioneel kapitaal
Het meest onderschatte effect van het nieuwe Box 3-stelsel is macro-economisch.
Door belasting te heffen op jaarlijks rendement, worden belastinginkomsten impliciet gekoppeld aan marktprestaties.
In goede jaren:
→ hoge opbrengsten
In slechte jaren:
→ opbrengsten vallen terug
Terwijl overheidsuitgaven niet meebewegen.
Dat creëert:
•procyclische belastinginkomsten
•begrotingsvolatiliteit
•en potentieel grotere tekorten in langdurig neergaande markten
Met andere woorden:
de staat wordt mede afhankelijk van beursresultaten in het buitenland om haar begroting sluitend te krijgen
Dat is een risicoprofiel dat normaal juist wordt vermeden.
Het systeem heeft daarmee een dubbel negatief effect:
1.Minder mensen gaan beleggen
→ lagere belastinggrondslag op termijn
2.Meer afhankelijk van mondiale volatiliteit in inkomsten
→ grotere onzekerheid voor de staat
En in extreme scenario’s:
→ lagere opbrengsten terwijl juist hogere uitgaven nodig zijn
De discussie over Box 3 wordt vaak gevoerd als:
•“belasting op vermogen”
•“eerlijkere verdeling”
Maar dat is niet waar de pijn zit.
De echte vraag is:
kan een belastingstelsel gebaseerd zijn op variabele, ongerealiseerde en volatiele rendementen die afhankelijk zijn van het buitenland?
De huidige invulling suggereert van wel.
De praktijk van de afgelopen maanden laat zien waarom dat problematisch is.